Al lang geleden vond ik in de Middelburgse Courant van 20 juli 1780 een
verwijzing naar een ‘Lagaay’ die als schipper vanuit Vlissingen op
slaventransport lijkt te gaan. Maar verdere aansluiting was lastig te vinden
zonder verwijzing naar voornaam of op z’n minst initialen. En daar bleef het
dus bij. Op dat moment geen bewijs voor een slavenverleden van Lagaaij.
Recentelijk (2024) kreeg ik contact met Werner Geevers uit Rotterdam. Hij had
in archieven verwijzingen gevonden naar ene Pieter Lagaaij die in dienst was
bij de MCC (Middelburgse Commercie Compagnie), vergelijkbaar met WIC en VOC.
De MCC werd opgericht in 1720. In het begin dreef de compagnie handel op
Europa en al snel ook op West-Indië en Afrika. Na 1730 werd de slavenhandel de
meest belangrijke bron van inkomsten.
Al snel bleek dat het hierboven genoemde artikel in de Middelburgse Courant
(datum 20 juli 1780) overeenkwam met een afvaart van een Pieter Lagaaij een dag
eerder vanuit Vlissingen. Het onderzoek vermeldt ‘Vlissingen den 19 juli’ en de
opmerking uit de krant (van 20 juli): ‘gisteren als mede schipper Lagaaij’
sluit dan precies aan bij de informatie hieronder van Werner Geevers.

Figuur 1 Uitsnede uit de
Middelburgse Courant van 20 juli 1780
Bij een driehoeksreis werd vanuit Zeeland
vertrokken naar de kust van West-Afrika. De meegenomen lading om te kunnen
ruilen bestond vaak uit textiel, wapens, buskruit, en sterke drank. Dat werd geruild tegen
tot slaaf gemaakte Afrikanen, goud en ivoor. Vervolgens werd de overtocht
gemaakt naar de koloniën in West-Indië. Daar werden de Afrikanen verkocht om op
één van de vele plantages slavenarbeid te verrichten. Producten van de
plantages (zoals suiker, cacao, koffie en tabak) werden met het schip weer naar
de thuishaven vervoerd.
Rob Vader (2024)
Bronnenvermelding van onderzoek aan het
einde van de tekst.
Pieter
Lagaaij wordt in Goes geboren en gedoopt en trouwt op 12 juni 1773 in
Vlissingen met Maria de Klerck / le Clerq. Hij gaat in dienst van de MCC als
opperstuurman op het schip ‘De Jonge Willem’ voor een zogenaamde driehoeksreis
(Europa – Afrika – Zuid-Amerika – Europa).
‘De Jonge Willem’ is een snaauw. Dat is een relatief
klein, maar snel tweemaster dwars getuigd zeilschip. Zij vertrekken op 25 mei
1778 vanuit Middelburg voor de vijfde reis van ‘De Jonge Willem’. De kapitein
is Cornelis Loeff.
De reis gaat eerst naar de West-Afrikaanse kust om daar
op de lokale markten in Guinea slaven te kopen. Vandaar vertrekt ‘De Jonge
Willem’ naar Zuid-Amerika en worden de tot slaaf gemaakten verkocht op de
markten van Suriname en Essequibo. Essequibo/Essequebo is een voormalige
NL-kolonie in Zuid-Amerika. Ook olifantstanden (ivoor) worden massaal ingekocht
voor de Europese markt. In Zuid-Amerika wordt met name suiker, koffie en balen
katoen ingekocht voor de retourreis naar Zeeland. Op 21 november 1779 is ‘De
Jonge Willem’ weer terug in Vlissingen. Pieter monstert dan af en blijft een
paar maanden aan wal.

Figuur 1 Soldijboek van de 5e reis van de Jonge Willem

Figuur 2 De pagina van Pieter met
daarop zijn 'salarisspecificatie'

Figuur 3 Pagina met een opsomming van verkochte slaven, het betrof echt serieuze
handel als je naar de prijzen kijkt.
De Jonge Willem had 203 slaven aan boord, waarvan er
tijdens de reis naar Z-Amerika 6 overleden.

Figuur 4 Totaaloverzicht van de kosten en baten van deze 5e reis
Rechterpagina de ‘opbrengst’ van de verkoop van de tot
slaaf gemaakten.
Op 18 juli 1780 vertrekt ‘De Jonge Willem’ echter weer
voor een reis Afrika / Z-Amerika / Europa. Dit keer echter met Pieter Lagaay
als kapitein. Hij is dus bevorderd in functie. Zie ook het krantenartikel
hierboven.
Helaas wordt ‘De Jonge Willem’ op 17 april 1781
aangehouden door het Engelse kaperschip ‘HMS Rattlesnake’. Het schip
wordt opgebracht naar Barbados, waar het schip en de lading op 30 mei 1781 door
het Vice-Admiralty Prize Court in beslag werden genomen.
Op 3 mei 1781 verstuurt Pieter een brief vanaf Barbados
met tekst en uitleg naar de directie van de MCC in Middelburg en hoopt zo snel
als mogelijk naar Europa te kunnen terugkeren en daar verantwoording af te
leggen aan de directie.

Figuur 2 Brief van Pieter vanuit Barbados (1)

Figuur 3 Brief van Pieter vanuit Barbados (2)
Transcript van de brief die Pieter verstuurde
vanuit Barbados:
Pagina 1
1
In t Schip
de Jonge Willem den 18 julij 1780
2
Pieter La
Gaaij
3
Ontfangen
den 20 julij 1780
4
Beantwoordden
Dit
bovenstaande stukje hoort niet bij de brief op de 2 volgende pagina’s.
De
datum hier genoemd is juli 1780 en de brief is (ondertekening pag.3) van mei
1781
Maar
geeft wel aan dat Pieter Kapitein is op de Jonge Willem
Pagina 2
1
Edele agbaare
Heeren
2
Directeuren
Der Commercie
3
Compagnie
der Stadt Middelbur(g)
4
In Zeelant
5
U welle sij
bekent Dat ik op den 2 september
6
1781 uijt
Rio Gabon Vertrokken Ben
7
Met Een
armesaen van 234 slaaven
8
7000 (ivoor/olifant)
tant en Crexxxxxx 1300 xx was
9
Maar tot
mijn Drevig Nootlot met den
10
Dat op den
17 april op de konst van
11
Surinamen* een kaeper ontmoet
12
heeft van
Barbados gecommandeert
13
Daer
Capteijn fort Baarens, De
14
Naam van de
caaper was de Raatel-
15
snik** en adde de de Revier de
16
marrewijne
van mijn ZZW na oog 3 mijl
17
De Welke mij
weg genoomen heeft
18
En mij op
den 21 dito op t Ejlant Barbados
19
op gebracht
en aldaar voor prijs verklaart
20
kan tot mijn
leetweesen U Wel Edel agbaare
21
tot mijn
groot Leetweesen niets naader
22
melden, want
mijn schip en nog met
23
het armesaen
alhier op de reede legt
Pagina 3
24
Sal alle
moogelijkheijt in t werk sellen
25
Om ten
spoedigsten na Europa te
26
Reterneeren,
om aldaar mijn naader
27
mijn
verantwoording te doen
28
Blijve met
agting Weledel agbaare
29
Heeren
Directeuren
30
Uweledele
Dienaar
31
La Gaaij
Barbados den
1 maij 1781
Opmerkingen :
Opm * : hij schrijft : Siiriinaamen
Opm ** : er staat Raatelsnik, maar het kaper schip heet “Rattlesnake”
Hierna blijft Pieter aan wal en wordt goudsmid in
Vlissingen.
Omdat het (ook in de 18e eeuw) niet erg
waarschijnlijk was om direct in de functie van opperstuurman aangenomen te
worden, is er nog gezocht in de bemanningen van voorgaande reizen binnen de
MCC. Op eerder reizen van ‘De Jonge Willem’ is Pieter niet in de bemanning te
vinden.
Er is echter wél een Pieter La Gaaij in dienst
getreden bij de VOC bij de kamer Zeeland. Vermeld is dat hij uit “Tergoes” komt
(Tergoes is ‘van Goes’ en dat kan overeenkomen met de geboortestad van Pieter).
Op 17 november 1758 vertrekt hij in de functie van
ondermeester met het spiegelretourschip[1] ‘Walcheren’ via Kaap de
Goede Hoop (aankomst 5 maart 1759) naar Ceylon. Daar komt het schip aan op 21
juni 1759.
Pieter vaart blijkbaar niet mee naar de
eindbestemming Batavia, maar gaat terug naar Zeeland met het spiegelretourschip
‘Oosthuizen’[2].
Pieter vertrekt uit Ceylon op 19 januari 1761 (hij
is dus bijna 2 jaar in Ceylon geweest); aankomst Kaap de Goede Hoop op 13 april
1761. Vervolgens vertrek naar Nederland op 22 april 1761 en aankomst in
Vlissingen op zaterdag 1 augustus 1761.
Werner Geevers
(Rotterdam)

Figuur 5 Salarisspecificatie van Pieter Lagaaij voor zijn reis voor de VOC met het
spiegelretourschip de 'Walcheren'
Zeeuws Archief, MCC-Middelburgse
Commercie Compagnie:
Brieven
van de gezagvoerders van de snaauw ‘De Jonge Willem’: Joannes Noordhoek
1769-1773; Cornelis Loeff 1774-1781; Pieter la Gaij 1780-1781 (vanaf blz 99)
De reizen:
kies op de site optie 2: het bedrijf en dan uitreding der schepen.
De reizen per jaar gevisualiseerd:
zoek het jaar en daarin het schip voor meer info
Pieter
Lagaij bij de VOC: (overigens staan hier nog meer Lagaij-en vermeld !)
Zijn vader, Willem Lagaij is genoemd als
‘begunstigde’. Uitgevaren met de ‘Gustaaf Willem’ in 1756
De reis van de
Gustaaf Willem
[1] Spiegelretourschepen
waren het grootste type dat in gebruik was bij zowel de VOC en de WIC. De ‘Walcheren’
was één van de grootste: gebouwd in 1754 in Middelburg, 150 voet lang en 1150
ton laadvermogen. Bemanning: 319-363 personen
[2] De ‘Oosthuizen’ is
gebouwd in 1749 voor de Kamer van Hoorn, 136 voet lang en ongeveer 850 ton
laadvermogen. Bemanning: 230-277 personen